

wetgeving downloads
-link naar de overheid:
-nieuwe binnenvaartwet pdf:
Overheid Binnenvaart EG2006-86.pdf
-binnenvaart regeling
-beperkt groot vaarbewijs
-vaargebied
AB en RMk
-Ijsselmeer, Waddenzee,
Westerschelde
-bedrijfsmatig vervoer
-bemanningslid
-dekbemanning
-gezagvoerder
-onderneming
wetgeving
Nieuwe Binnenvaartwet (1 januari 2009)
Op 1 januari 2009 is de nieuwe Binnenvaartwet in werking getreden. Op deze site zullen we proberen om de nieuwe wetgeving zo duidelijk mogelijk voor u uit te leggen. Zo is er met ingang van januari 2009 een nieuw vaarbewijs bijgekomen. Dit nieuwe vaarbewijs heet het Beperkt Groot Vaarbewijs. Het is grofweg bedoeld voor schepen met een lengte tussen 25 en 40 meter. Meer informatie treft u hier Zeilbewijs. De verplichting tot het Groot Vaarbewijs geldt ook voor de zeilende beroepsvaart. Schippers op zeilende passagiersschepen kunnen echter ook volstaan met het Zeilbewijs. Het Zeilbewijs is dus bedoeld voor schippers van de zeilende passagiersvaart op de Nederlandse binnenwateren. Om het Zeilbewijs te verkrijgen dient men het examen Schipper Zeilvaart af te leggen. De inhoud is bijna identiek aan het Groot Vaarbewijs. Alleen het onderdeel laden en lossen' wordt vervangen door onderdeel zeilvaart'. Omdat de zeilende passagiervaart voornamelijk op de ruime binnenwateren plaats vindt, is er bij het zeilbewijs geen onderscheid gemaakt in het vaargebied. Het examen is dus bedoeld voor alle binnenwateren (AB). Dat betekent zowel de rivieren, meren en kanalen (RMK) aangevuld met de ruimere vaarwaters van het IJsselmeer, Waddenzee en de Westerschelde. Een ander verschil met het Groot Vaarbewijs is de benodigde vaartijd. Om het Groot Vaarbewijs aan te vragen dient men minimaal vier jaar vaartijd aan te tonen (720 vaardagen). Voor het zeilbewijs dient men slechts' 2 jaar vaartijd aan te tonen (360 vaardagen).
Enkele onderdelen uit de nieuwe Binnenvaartwet 2009
Hieronder treft u enkele inhoudelijkheden uit de nieuwe Binnenvaartwet.
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
bedrijfsmatig vervoer:
1. vervoer in de uitoefening van een bedrijf of beroep;
2. vervoer van goederen, uitsluitend bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming; of
3. slepen en duwen van schepen met sleep-, duw- en sleepduwboten;
bemanningslid:
ieder die zich als schipper, stuurman, machinist, volmatroos, matroos-motordrijver, matroos, lichtmatroos of deksman aan boord van een schip bevindt;
dekbemanning:
de bemanning met uitzondering van de machinisten;
gezagvoerder:
degene die het gezag voert over een schip;
onderneming:
rechtspersoon, vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap dan wel natuurlijke persoon, die zich bezig houdt met bedrijfsmatig vervoer;
Enkele onderdelen uit het ontwerp Binnenschepenbesluit 2009
3. Vaarbewijs
Artikel 15
1. Een groot vaarbewijs is vereist voor het voeren van:
a. schepen met een lengte van ten minste 20 meter;
b. passagiersschepen;
c. veerponten welke:
1. zijn bestemd of worden gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanningsleden, of
2 . een snelheid van 30 kilometer per uur of meer ten opzichte van het water kunnen bereiken;
d. veerboten, of
e. sleepboten, duwboten of sleepduwboten.
2. Een groot vaarbewijs is geldig voor het voeren van schepen waarvoor een beperkt groot vaarbewijs of een klein vaarbewijs vereist is.
3. Een groot vaarbewijs is niet vereist voor schepen die behoren tot andere dan de in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, genoemde categorieÎn en een lengte hebben van ten minste 20 meter en minder dan 40 meter, en waarvan de gezagvoerder op grond van het bepaalde in artikel 16 in het bezit is van een geldig beperkt groot vaarbewijs.
Artikel 16
1. Een beperkt groot vaarbewijs is vereist voor het voeren van:
a. schepen met een lengte van ten minste 20 meter en minder dan 40 meter, met uitzondering van:
1 . pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 25 meter, en
2 . schepen die behoren tot de in artikel 15, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, genoemde categorien, of
b. sleepboten, duwboten of sleepduwboten met een lengte van ten minste 25 meter en minder dan 40 meter die blijkens een verklaring van Onze Minister uitsluitend worden gebruikt als pleziervaartuig.
2. Een beperkt groot vaarbewijs is geldig voor het voeren van een schip waarvoor een klein vaarbewijs vereist is.
Artikel 17
Een klein vaarbewijs is vereist voor het voeren van:
a. schepen met een lengte van ten minste 15 en minder dan 20 meter dat niet behoort tot de in artikel 15, eerste lid, onderdelen b, c, en d, bedoelde categorien;
b. een pleziervaartuig met een lengte van ten minste 15 meter en minder dan 25 meter;
c. een sleepboot, duwboot of sleepduwboot met een lengte van ten minste 15 meter en minder dan 25 meter die blijkens een verklaring van Onze Minister uitsluitend wordt gebruikt als pleziervaartuig, of
d. een schip met een lengte van minder dan 15 meter dat door middel van zijn eigenmechanische voortstuwingsmiddelen een snelheid van meer dan 20 kilometer per uur ten opzichte van het water kan bereiken, en niet behoort tot de in artikel 15, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, genoemde schepen.
GrootVaarbewijs.nl © 2012 Edumar vaaropleidingen, Hoekseize 32-C, 8711 HR Workum, 0515-541067/06-54278606
ontwerp: AF Design